Kijk eerst eens hoe een gewone
ster ontstaat door hier te klikken.
Als een ster heel groot is, dan dooft zij uiteindelijk niet uit
zoals de zon zal doen.
Nee, een ster die minstens drie keer zo groot is als onze zon zal
aan het eind van haar leven met een enorme explosie uit elkaar
barsten. Al het gas aan de buitenkant zal de ruimte in vliegen.
Daar ontstaan misschien ooit andere sterren uit.
Wat er overblijft is een kern (zeg maar 'pit') zo groot als de
Aarde, die bestaat uit atomen die verschrikkelijk in elkaar zijn
gedrukt.
Je moet je een atoom voorstellen
als een bijna leeg bolletje. Bij een atoom van waterstof heb je
in het midden een kern en daarom heen draait een elektrisch
deeltje. Dat draait zo hard, dat het lijkt alsof de kern in een
bolletje zit. Tussen de kern en het bolletje zit niet veel. Stel
je voor dat de kern van het atoom zo groot is als een kersepit,
dan is het 'atoombolletje' een bol van wel een kilometer groot!
Als atomen zo erg in elkaar worden gedrukt, dat er geen ruimte
meer tussen de kern en het bolletje zit, dan gaan er heel veel in
een kleine ruimte.
Het wordt dan wel zwaar bij elkaar.
Als een heel zware ster aan het eind van haar leven ontploft,
blijft er een heel zware kern over. Een theelepeltje van zo'n bol
zou net zoveel wegen als het Paleis op de Dam in Amsterdam.
Zo'n zware bol trekt alles aan. Ook het licht.
Daarom zie je zo'n bol niet. We noemen het daarom een Zwart Gat.