Het heelal zoals wij dat kennen
bestaat uit groepen sterren, groot en klein. Nu moet je niet
denken dat klein in de sterrenkunde ook echt klein is! Onze zon
bijvoorbeeld is een ster en nog wel een kleine.
Toch is de diameter 1,4 miljoen kilometer. De diameter is de bol
van links naar rechts. Denk maar aan een voetbal. Die is slechts
zo'n 20 centimeter van links naar rechts. Dus de diameter van je
voetbal is 20 centimeter.
Nu we het toch over die voetbal hebben: Als de voetbal de zon
moet voorstellen, dan is de aarde daarbij vergeleken ongeveer zo
groot als een speldeknop. Niet een gewone speld, maar zo een met
een gekleurd plastic bolletje erop.
Grote sterren zijn wel duizend keer zo groot als onze zon.
Sterren zijn soms net mensen, want het lijkt wel of ze de
gezelligheid opzoeken. Veel sterren staan tamelijk dicht bij
elkaar. Meer dan de helft van de sterren komen in tweetallen
voor. Met elkaar vormen ze vaak een heel grote groep. Dat noemt
men een sterrenhoop.
Vaak heeft zo'n sterrenhoop de vorm van een bol. Er zijn ook
ontzettend veel sterrenstelsels. Dat zijn als het ware grote
eilanden van sterren. Ze zien er uit als een supergroot
spiegelei. Een draaiende schijf met wel zo'n 100.000.000.000
(honderd miljard) sterren.
Er zijn ook honderd miljard
sterrenstelsels. Dus als je wilt weten hoeveel sterren er
ongeveer zijn: honderd miljard maal honderd miljard. Die zijn we
's avonds niet allemaal.
Wij zien hoogstens zo'n tweeduizend sterren aan de hemel staan.
Dat zijn allemaal sterren van ons eigen sterrenstelsel. Dat
sterrenstelsel kunnen we ook zien: de Melkweg, die je als een
lichte band aan de hemel ziet staan.